methodische invalshoeken

 

Oplossingsgerichte therapie

Bij het oplossingsgerichte werken staat niet het probleem, maar de oplossing centraal. Een uitvoerige diagnostiek is niet nodig.

Binnen het oplossingsgerichte werken wordt vooral gekeken naar wat al goed gaat en hoe deze oplossingen versterkt kunnen worden. Oplossingen vormen hierbij niet de keerzijde van problemen. Ze vormen een andere categorie. De ontwikkelde mogelijkheden en kwaliteiten van de cliënt staan centraal en niet de klachten. Men vindt de oorzaak van een probleem niet zo interessant, want de oorzaak zegt weinig over de oplossing. De hulpverlener gaat niet diep in op het probleem en hij hoeft ook geen oplossingen aan te dragen. Hij hoeft niet zoveel te weten. Zijn basishouding is er een van ‘niet-weten’. De cliënt is de expert. De toegevoegde waarde van de hulpverlener is dat hij ordent en een motiverende gesprekspartner is.

De cliënt bepaalt de behandeldoelen, de hulpverlener richt zich op wat de cliënt wil en versterkt datgene wat de cliënt positief vindt en al kan. Men gaat ervan uit dat een probleem niet altijd aanwezig is, er zijn altijd kleine lichtpuntjes, uitzonderingen. De hulpverlening gaat op zoek naar deze uitzonderingen en probeert datgene te versterken wat hierop van invloed is.

Uitgangspunt is het persoonlijke, maar gestagneerde verhaal van de cliënt. Dat moet weer in de richting van een succesverhaal gaan. Hiervoor kun je het beste beginnen aan het eind, bij oplossingen, bij een gewenst succes. Voor hobbels op de weg worden samen met de therapeut oplossingen gezocht, strategieën, trucs om ermee om te gaan, of ze te omzeilen.

Ervaringsgerichte therapie

Aan elk menselijk streven liggen twee fundamentele behoeften ten grondslag: de behoefte aan autonomie (de zorg voor jezelf, het nastreven van eigen ontwikkeling) en de behoefte aan verbondenheid (de zorg voor de ander, voor de ander van betekenis te kunnen zijn).

Hoewel deze twee behoeften elkaar enerzijds aanvullen, komen ze anderzijds met elkaar in conflict omdat ze ook met elkaar in tegenspraak lijken te zijn. Het gaat er dus om hier een balans in te vinden. Dat is niet altijd een makkelijk te realiseren opgave omdat hetgeen wij willen geven, niet altijd datgene is wat de ander wil ontvangen. En wat wij nodig hebben, is niet altijd wat de ander heeft te bieden. De balans verdwijnt wanneer wij ons gaan opofferen ten behoeve van de ander (verlies aan autonomie) of wanneer in de zorg voor onszelf de ander niet of nauwelijks meer wordt gezien (verlies aan verbondenheid). Het verdwijnen of doorslaan van deze balans vormt de kern van alle problemen waarmee mensen in therapie komen.

Het gaat er tijdens de hulpverlening niet om de cliënt te laten zien wat hij fout doet maar om het creëren van nieuwe, betere ervaringen waardoor de cliënt in staat is een persoonlijker en meer bevredigende manier van omgaan met zichzelf en anderen te leren.

Door zelf open en persoonlijk te zijn, wordt de hulpverlener daardoor een voorbeeld voor de cliënt die zo wordt uitgenodigd hetzelfde te doen. Op deze wijze laat de hulpverlener in de praktijk zien hoe de zorg voor zichzelf te combineren is met de zorg voor de ander (de cliënt). Omdat de Ervaringsgerichte Therapie er vanuit gaat dat de meeste problemen ontstaan of ontstaan zijn binnen de relationele context, is het van belang ook de oplossing samen met en binnen de context te zoeken. Om die reden worden belangrijke anderen in het (directe) leven van de cliënt bij de gesprekken betrokken. Bij persoonlijke problemen zal meestal de partner uitgenodigd worden, bij kinderen of jongeren geldt dat voor de ouder(s)/opvoeder(s). Enerzijds omdat ook hun kijk op de situatie belangrijk is, anderzijds omdat zij graag willen helpen maar meestal niet weten hoe dat op de beste wijze te doen. In combinatie met het verschaffen van concrete, realistische en uitvoerbare handvatten voor alledaagse problemen zullen zij met elkaar in staat zijn om voor hun eigen behoeften op te komen zonder daarbij het belang van de ander uit het oog te verliezen.

Cognitieve gedragstherapie

Cognitieve gedragstherapie is een combinatie van twee therapieën.

Bij cognitieve therapie wordt aandacht gegeven aan hoe het denken het gevoelsleven en het doen beïnvloedt en bij gedragstherapie staat het gedrag centraal. Het anders leren denken en interpreteren en het anders leren doen en laten worden gecombineerd in één behandeling.

Het belangrijkste uitgangspunt van deze theorie is dat geen enkele gebeurtenis of

omstandigheid je overstuur kan maken, maar dat je overstuur raakt door de manier

waarop je tegen dingen aankijkt, door de dingen die je denkt. Gedachten zijn meestal zinnetjes die je in jezelf zegt. Dit is een razendsnel proces.

Dus: Doordat je een bepaalde gedachte hebt over een gebeurtenis, krijg je een bepaald gevoel.

Naar aanleiding van dat gevoel, ga je je op een bepaalde manier gedragen.

Gebeurtenis : Waar was ik en wat gebeurde er?

Gedachte : Wat ging er door mijn hoofd, wat dacht ik?

Gevoel : Wat voelde ik?

Gedrag : Wat deed ik of wat liet ik achterwege?

Gebeurtenis + Gedachte(n) = Gevoel + Gedrag

Contextuele Therapie 

Contextuele therapie is een benadering die problemen en levensvragen ziet in relatie met wat generaties lang is doorgegeven en ontvangen.

De verbondenheid die er is met een partner, kinderen, ouders, grootouders en andere belangrijke (familie)relaties vormen die ‘context’. Elke hulpvraag heeft een relatie met die context.

Contextuele therapie is een manier van werken die inzicht geeft in wat er gebeurt in  relaties, die herstelt, maar ook preventief is ten aanzien van problemen van de volgende generatie. Het houdt rekening met afkomst en toekomst.

De grondlegger van de contextuele therapie is Prof. dr.I.Boszormenyi-Nagy.

Loyaliteit, rechtvaardigheid en betrouwbaarheid zijn belangrijke aspecten in de dynamiek van menselijke relaties. Als er ergens iets mis gaat tussen mensen dan is het vaak in dit gebied.  Een ander belangrijk thema in deze denkwijze is de balans van geven en ontvangen. Als hier verstoringen zijn opgetreden, beïnvloedt dat de manier waarop we omgaan met anderen.